Delstrigo 100mg/300mg/245mg Filmomh Tabl 30
Op voorschrift
Geneesmiddel

Delstrigo 100mg/300mg/245mg Filmomh Tabl 30

  € 508,01

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

NNRTI-substituties en gebruik van doravirine Doravirine is niet geëvalueerd bij patiënten met eerder virologisch falen op enige andere antiretrovirale behandeling. NNRTI-geassocieerde mutaties die tijdens de screening werden aangetroffen, maakten deel uit van uitsluitingscriteria in de fase 2b/3-onderzoeken. Er is geen breekpunt vastgesteld voor een reductie in gevoeligheid, wegens de verscheidene NNRTI-substituties, die in verband staan met een reductie van de klinische werkzaamheid (zie rubriek 5.1). Er is niet voldoende klinisch bewijs om het gebruik van doravirine te rechtvaardigen bij patiënten die geïnfecteerd zijn met hiv-1 met bewijs van resistentie tegen de NNRTI-klasse. Ernstige huidreacties (severe cutaneous adverse reactions: SCAR's) Ernstige huidreacties (SCAR's) zijn gemeld tijdens de postmarketing-ervaring met doravirine-bevattende behandelingen (zie rubriek 4.8). Dit kunnen onder andere het Stevens-Johnson-syndroom (SJS) of toxische epidermale necrolyse (TEN) zijn. Bij het voorschrijven moeten patiënten worden geïnformeerd over de tekenen en symptomen. Ze moeten goed gecontroleerd worden op huidreacties. Stop meteen met een doravirine-bevattende behandeling als tekenen en symptomen optreden die duiden op deze bijwerkingen. Overweeg een alternatieve behandeling (wanneer van toepassing). De klinische status moet nauwlettend gevolgd worden en er moet een passende behandeling worden gestart. Als de patiënt een ernstige bijwerking krijgt zoals TEN tijdens gebruik van doravirine-bevattende behandeling, mag deze behandeling bij deze patiënt op geen enkel moment worden hervat. Ernstige acute exacerbatie van hepatitis B bij patiënten die gelijktijdig geïnfecteerd zijn met hiv-1 en HBV Alle patiënten met hiv-1 moeten getest worden op de aanwezigheid van het hepatitis B-virus (HBV) voor het starten van antiretrovirale therapie. Ernstige acute exacerbaties van hepatitis B (bijvoorbeeld leverdecompensatie en leverfalen) zijn gemeld bij patiënten die met zowel hiv-1 als HBV geïnfecteerd zijn en gestopt zijn met lamivudine of tenofovirdisoproxil. Lamivudine of tenofovirdisoproxil zijn twee van de bestanddelen van Delstrigo. Patiënten die zowel met hiv‑1 als HBV geïnfecteerd zijn, moeten nauwlettend gemonitord worden met zowel klinische als laboratorium follow-up gedurende ten minste enkele maanden na het beëindigen van de behandeling met Delstrigo. In voorkomend geval kan het starten van antihepatitis B-behandeling gerechtvaardigd zijn. Dit is in het bijzonder het geval bij patiënten met een leveraandoening in een gevorderd stadium of cirrose, aangezien exacerbatie van hepatitis na de behandeling tot leverdecompensatie en leverfalen kan leiden. Nieuw ontstaan van of verergering van een nierfunctiestoornis Verminderde nierfunctie, waaronder gevallen van acuut nierfalen en het syndroom van Fanconi (schade aan de niertubuli met ernstige hypofosfatemie) is gemeld bij gebruik van tenofovirdisoproxil. Tenofovirdisoproxil is een bestanddeel van Delstrigo. Delstrigo moet worden vermeden bij gelijktijdig of recent gebruik van nefrotoxische geneesmiddelen (bijvoorbeeld hoog gedoseerde of meervoudige niet-steroïde ontstekingsremmers [NSAID's] (zie rubriek 4.5). Gevallen van acuut nierfalen na het starten van hoog gedoseerde of meervoudige NSAID's zijn gemeld bij met hiv geïnfecteerde patiënten met risicofactoren voor nierfalen, die op tenofovirdisoproxil stabiel leken. Sommige patiënten moesten in het ziekenhuis worden opgenomen en niervervangende therapie ondergaan. Alternatieven voor NSAID's moeten, indien nodig worden overwogen bij patiënten met een risico op nierdisfunctie. Aanhoudende of steeds erger wordende pijn in de botten, pijn in de ledematen, fracturen en/of spierpijn of -zwakte kunnen verschijnselen zijn van proximale niertubulopathie. Dit zijn redenen voor evaluatie van de nierfunctie bij risicopatiënten. Het wordt aanbevolen om bij alle patiënten de geschatte CrCl te beoordelen voordat de behandeling gestart wordt en wanneer klinisch aangewezen tijdens de behandeling met Delstrigo. Bij patiënten met een risico op nierdisfunctie, inclusief patiënten met niervoorvallen onder behandeling met adefovirdipivoxil, wordt aanbevolen om de geschatte CrCl, serumfosfor, glucose en eiwit in de urine te bepalen voordat er met Delstrigo gestart wordt. Frequentere controle van de nierfunctie moet op geleide van de medische toestand van de patiënt te worden uitgevoerd tijdens de behandeling met Delstrigo. Lamivudine en tenofovirdisoproxil worden voornamelijk door de nieren uitgescheiden. Delstrigo moet gestopt worden indien de geschatte CrCl onder de 50 ml/min daalt. Een aanpassing van het doseringsinterval voor lamivudine en tenofovirdisoproxil kan immers niet bereikt worden met de vaste doses in de combinatietablet (zie rubriek 4.2). Botafwijkingen bij volwassenen Botafwijkingen, zoals osteomalacie, kunnen soms bijdragen aan fracturen. De patiënt kan hierbij last hebben van aanhoudende of verergerende botpijn. Dit kan verband houden met proximale niertubulopathie door tenofovirdisoproxil (zie rubriek 4.8). Een afname in de botmineraaldichtheid (BMD) is waargenomen bij het gebruik van tenofovirdisoproxil in gerandomiseerde, gecontroleerde klinische onderzoeken van maximaal 144 weken bij patiënten die leven met hiv of HBV. Na stopzetting van de behandeling verbeterden deze BMD-afnames over het algemeen. In andere onderzoeken (prospectief en transversaal) werden de sterkste dalingen in BMD waargenomen bij patiënten die behandeld werden met tenofovirdisoproxil als onderdeel van een behandeling met een gebooste proteaseremmer. Gezien de botafwijkingen die in verband worden gebracht met tenofovirdisoproxil en de beperkingen van langetermijngegevens over het effect van tenofovirdisoproxil op de botgezondheid en het fractuurrisico, moeten alternatieve behandelingen worden overwogen voor patiënten met osteoporose of met een geschiedenis van botfracturen. Als men botafwijkingen vermoedt of vaststelt, moet het juiste advies verkregen worden. Botafwijkingen bij pediatrische patiënten Er zijn onzekerheden over de langetermijneffecten van bottoxiciteit. Daarom wordt een multidisciplinaire benadering aanbevolen om de baten-risicoverhouding van de behandeling adequaat per geval af te wegen, te beslissen over de juiste controles tijdens de behandeling (inclusief de beslissing om de behandeling te staken) en de noodzaak van supplementen te overwegen. Tenofovirdisoproxil kan een daling in de BMD veroorzaken. De effecten van veranderingen in BMD door tenofovirdisoproxil op de botgezondheid op lange termijn en het toekomstige fractuurrisico zijn onzeker. Als botafwijkingen worden vastgesteld of vermoed bij pediatrische patiënten, moet worden overlegd met een endocrinoloog en/of nefroloog. Gelijktijdige toediening met andere antivirale middelen Dien doravirine/lamivudine/tenofovirdisoproxil niet tegelijk toe met andere geneesmiddelen die lamivudine bevatten, of met geneesmiddelen die tenofovirdisoproxil bevatten, of tenofoviralafenamide, of met adefovirdipivoxil (zie rubriek 4.5). Dien doravirine/lamivudine/tenofovirdisoproxil niet toe met doravirine, tenzij dit nodig is vanwege een dosisaanpassing (bijvoorbeeld met rifabutine) (zie rubrieken 4.2 en 4.5). Gebruik met CYP3A-inductoren Wees voorzichtigheid bij het voorschrijven van doravirine in combinatie met geneesmiddelen die de blootstelling aan doravirine kunnen verminderen (zie rubrieken 4.3 en 4.5). Immuunreactiveringssyndroom Immuunreactiveringssyndroom is gemeld bij patiënten die behandeld werden met antiretrovirale combinatietherapie. Tijdens de beginfase van antiretrovirale combinatietherapie kunnen patiënten bij wie het immuunsysteem reageert een inflammatoire reactie op indolente of residuele opportunistische infecties ontwikkelen (waaronder Mycobacterium avium-infectie, cytomegalovirus, Pneumocystis jirovecii pneumonie [PCP], of tuberculose). Hierdoor kan verdere evaluatie en behandeling nodig zijn. Van auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis, en het Guillain-Barré-syndroom) is ook gemeld dat ze in een setting van immuunreactivering optreden; de tijd tot het ontstaan van de ziekte is echter variabeler en ze kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden. Lactose Delstrigo bevat lactosemonohydraat. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

Delstrigo is ook geïndiceerd voor de behandeling van jongeren van 12 jaar en ouder met een gewicht van ten minste 35 kg die zijn geïnfecteerd met hiv-1 zonder aanwijzingen uit het verleden of heden voor resistentie tegen de NNRTI-klasse, lamivudine of tenofovir en die toxiciteiten hebben ondervonden die het gebruik van andere regimes die geen tenofovirdisoproxil bevatten, onmogelijk maken (zie rubrieken 4.4 en 5.1).

In elke filmomhulde tablet zit 100 mg doravirine, 300 mg lamivudine (3TC) en 245 mg tenofovirdisoproxil als tenofovirdisoproxilfumaraat (TDF).

Hulpstof met bekend effect

In elke filmomhulde tablet zit 8,6 mg lactose (als monohydraat).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

Echter, gelijktijdige toediening van doravirine en het gevoelige CYP3A-substraat midazolam resulteerde echter in een afname van de blootstelling aan midazolam met 18 %. Dit wijst erop dat doravirine mogelijk een zwakke CYP3A-inductor is. Wees daarom voorzichtig bij gelijktijdige toediening van doravirine en geneesmiddelen die gevoelige CYP3A-substraten zijn, met bovendien een smalle therapeutische breedte (bijvoorbeeld tacrolimus en sirolimus).

Lamivudine

Lamivudine remt of induceert geen CYP-enzymen.

Tenofovir

Gebaseerd op de resultaten van in vitro-experimenten en de bekende eliminatieroute van tenofovir is de kans op CYP-gemedieerde interacties tussen tenofovir en andere geneesmiddelen laag.

Interactietabel

In tabel 1 worden de reeds vastgestelde en andere mogelijke geneesmiddeleninteracties met de afzonderlijke bestanddelen van Delstrigo vermeld, maar de tabel is niet volledig (toename is aangegeven als ↑, afname is aangegeven als  en geen verandering als ). Voor mogelijke geneesmiddeleninteracties met tenofovirdisoproxil of lamivudine, zie rubrieken 4.4 en 5.2.

Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. Stop niet met het innemen van dit medicijn zonder eerst met uw arts te overleggen. Stop met dit middel en bel of ga meteen naar uw dokter als u een van de volgende klachten krijgt:

  • Een erge ziekte die meestal ontstaat door een medicijn of infectie (Stevens-Johnsonsyndroom). De ziekte begint met uitslag op de huid en blaren. De blaren kunnen zitten in:

mond
neus
vagina
top van de penis

  • Een erge huiduitslag (toxische epidermale necrolyse). U kunt last hebben van:

koorts
blaren
vellen op de huid
loslaten van de huid
U kunt koorts krijgen en grieperig worden voordat u deze ziekte of erge huiduitslag krijgt. Hoe vaak deze bijwerkingen voorkomen kan niet worden geschat met de beschikbare gegevens.

Andere bijwerkingen die u kunt krijgen Vaak: komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers:

  • vreemde dromen, u slaapt slecht
  • hoofdpijn, duizelig zijn, slaperig zijn
  • hoesten, verstopte neus of loopneus
  • misselijk zijn, diarree, buikpijn, overgeven, veel scheten laten
  • haaruitval, huiduitslag
  • spierpijn, stijve of zwakke spieren
  • zachte botten
  • moe zijn, koorts

Uit onderzoek van uw bloed kan ook het volgende blijken:

  • verhoogde concentraties leverenzymen (ALAT)

Soms: komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers:

  • nachtmerries, depressie, angst, prikkelbaar zijn, verward zijn, zelfmoordgedachten
  • moeite met concentreren, geheugenproblemen, tintelende handen en voeten, stijve spieren, slaap van slechte kwaliteit
  • hoge bloeddruk
  • verstopping (obstipatie), last van uw maag, gezwollen of opgeblazen buik (abdominale distensie), verstoorde spijsvertering, zachte ontlasting, maagkrampen, frequente stoelgang, ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis, gaat gepaard met maagpijn en braken)
  • jeuk
  • gewrichtspijn, spierverlies, spierzwakte
  • gevoel van zwakheid, zich niet lekker voelen

Uit onderzoek van uw bloed kan ook het volgende blijken:

  • afname van het aantal witte bloedcellen (neutropenie)
  • afname van het aantal rode bloedcellen (anemie)
  • afname van het aantal bloedplaatjes (er kunnen sneller bloedingen optreden)
  • verlaagd fosfaatgehalte
  • verlaagd kaliumgehalte
  • verhoogd creatininegehalte
  • verhoogde concentraties leverenzymen (ASAT)
  • verhoogd lipasegehalte
  • verhoogd amylasegehalte
  • verlaagd hemoglobinegehalte

De spierpijn, spierzwakte en afname van kalium of fosfaat in het bloed kunnen ontstaan vanwege schade aan de nierkanaaltjes (niertubuli). Zelden: komen voor bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers:

  • agressie, hallucinaties (u ziet, voelt of hoort dingen die er niet zijn), zich moeilijk kunnen aanpassen aan veranderingen, stemmingswisselingen, slaapwandelen
  • moeilijk ademen, vergrote amandelen
  • gevoel van onvolledige stoelgang
  • vergrote of vervette lever, gele huid of ogen, buikpijn door leverontsteking
  • ontsteking van de huid door allergie, roodheid op de wangen, neus, kin of het voorhoofd, bultjes of puistjes op het gezicht, zwelling van gezicht, lippen, tong of keel
  • spierzwakte, verzwakking van de botten (met botpijn en soms botbreuken)
  • nierschade, nierstenen, nierfalen, schade aan de nierkanaaltjes, nierletsel, veel plassen en een dorstig gevoel
  • pijn op de borst, het koud hebben, pijn, dorst

Uit onderzoek van uw bloed kan ook het volgende blijken:

  • verlaagd magnesiumgehalte
  • melkzuuracidose (te veel melkzuur in het bloed)
  • verhoogd creatininekinasegehalte

Zeer zelden: komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers:
Uit bloedonderzoeken kan ook het volgende blijken:

  • uitval van het beenmerg bij het aanmaken van nieuwe rode bloedcellen (erytroblastopenie)

Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks via het nationale meldsysteem: voor België: Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten, www.fagg.be. Afdeling Vigilantie: Website: www.eenbijwerkingmelden.be, e-mail: adr@fagg-afmps.be. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit medicijn.

Wanneer mag u dit medicijn niet innemen? • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in

rubriek 6. • Als u een van de volgende medicijnen gebruikt:

  • carbamazepine, oxcarbazepine, fenobarbital, fenytoïne (medicijnen tegen aanvallen)
  • rifampicine, rifapentine (medicijnen tegen tuberculose)
  • sint-janskruid (Hypericum perforatum, een kruidenmedicijn dat gebruikt wordt voor depressie

en angst) of producten die sint-janskruid bevatten - mitotaan (een medicijn om kanker te behandelen) - enzalutamide (een medicijn om prostaatkanker te behandelen) - lumacaftor (een medicijn om taaislijmziekte te behandelen)

Gebruik dit medicijn niet als bovenstaande op u van toepassing is. Als u het niet zeker weet, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit medicijn inneemt. Zie ook de lijst onder het kopje 'Gebruikt u nog andere medicijnen?'.【4:7†source】

Zwangerschap Er zijn geen of weinig gegevens over het gebruik van doravirine bij zwangere vrouwen. Een grote hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (meer dan 3.000 resultaten van het eerste trimester) die het afzonderlijke werkzame bestanddeel lamivudine gebruiken samen met andere antiretrovirale geneesmiddelen wijst niet op misvormende toxiciteit. Een matige hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (tussen 300‑1000 zwangerschapsresultaten) wijst niet op misvormingen of foetale/neonatale toxiciteit bij gebruik van tenofovirdisoproxil. Antiretroviral pregnancy registry (register voor zwangerschap bij gebruik van antiretrovirale middelen) Om de gevolgen voor moeder en foetus te controleren bij patiënten die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan antiretrovirale middelen, is een Antiretroviral Pregnancy Registry opgezet. Artsen worden aangemoedigd om hun patiënten in dit register in te schrijven. De resultaten van dieronderzoek met doravirine wijzen niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). De resultaten van dieronderzoek met tenofovirdisoproxil wijzen niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Uit dieronderzoek met lamivudine blijkt een toename in vroegtijdige embryonale sterfte bij konijnen, maar niet bij ratten (zie rubriek 5.3). Overdracht van lamivudine in de placenta blijkt voor te komen bij mensen. Lamivudine kan cellulaire DNA-replicatie remmen (zie rubriek 5 3). De klinische relevantie hiervan is onbekend. Uit voorzorg heeft het de voorkeur om Delstrigo niet te gebruiken tijdens de zwangerschap. Het is niet bekend of doravirine in de moedermelk wordt uitgescheiden. Uit beschikbare farmacodynamische/toxicologische gegevens bij dieren blijkt dat doravirine in melk wordt uitgescheiden (zie rubriek 5.3). Bij pasgeborenen/zuigelingen die moedermelk krijgen van vrouwen die onder behandeling staan is lamivudine aangetoond. Gebaseerd op meer dan 200 moeder-kindparen onder behandeling voor hiv, zijn de serumconcentraties van lamivudine bij met moedermelk gevoede zuigelingen van moeders die voor hiv behandeld worden, zeer laag (<� 4 % van de maternale serumconcentraties) en nemen ze geleidelijk af tot niet vast te stellen niveaus tegen de tijd dat zuigelingen die borstvoeding krijgen 24 weken oud zijn. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de veiligheid van lamivudine wanneer het wordt toegediend bij baby's die jonger dan drie maanden oud zijn. Tenofovir wordt uitgescheiden in de moedermelk. Er is onvoldoende informatie over de effecten van tenofovir op pasgeborenen/zuigelingen. Het wordt geadviseerd dat vrouwen met hiv hun baby's geen borstvoeding geven om overdracht van hiv te voorkomen. Vruchtbaarheid Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van Delstrigo op de vruchtbaarheid bij de mens. De resultaten van dieronderzoek wijzen niet op schadelijke effecten van doravirine, lamivudine of tenofovirdisoproxil op de vruchtbaarheid bij blootstellingen die hoger zijn dan de blootstelling bij de mens bij de aanbevolen klinische dosis (zie rubriek 5.3).

Neem dit medicijn altijd in precies zoals uw arts, apotheker of verpleegkundige u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Delstrigo is een complete kuur van één tablet die voor de behandeling van een hiv-infectie moet worden ingenomen.

Hoeveel moet u gebruiken? De aanbevolen dosering is 1 keer per dag 1 tablet.

Als u bepaalde medicijnen gebruikt, kan het zijn dat uw arts de hoeveelheid doravirine moet aanpassen. Zie 'Gebruikt u nog andere medicijnen?' voor een lijst van medicijnen.

Hoe neemt u dit medicijn in? • Slik de tablet heel door. Niet kauwen, breken of fijnmaken. • U kunt de tablet met en zonder eten slikken.

Heeft u te veel van dit medicijn ingenomen? Neem niet meer dan de aanbevolen dosis in. Neem contact op met uw arts, wanneer u per ongeluk meer inneemt.

Bent u vergeten dit medicijn in te nemen? • Het is belangrijk dat u geen doses Delstrigo mist of overslaat. • Als u een dosis bent vergeten, neem deze dan in zodra u eraan denkt. • Duurt het meer dan 12 uur tot u de volgende tablet moet slikken? Slik de vergeten tablet dan direct. Slik de volgende tablet weer op het vaste tijdstip. • Duurt het minder dan 12 uur tot u de volgende tablet moet slikken? Sla de vergeten tablet dan over. Slik de volgende tablet weer op het vaste tijdstip. • Neem geen dubbele dosis Delstrigo om een vergeten dosis in te halen. • Als u niet zeker weet wat u moet doen, neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Als u stopt met het innemen van dit medicijn Zorg ervoor dat u niet zonder Delstrigo komt te zitten. Vraag op tijd een herhaalrecept aan.

Als u met de inname van dit medicijn stopt, moet uw arts enkele maanden lang regelmatig uw gezondheid controleren en bloedonderzoek doen om uw hiv-infectie te controleren. Als u een hiv-infectie en een hepatitis B-infectie heeft, is het heel belangrijk om niet met uw behandeling met dit medicijn te stoppen zonder eerst uw arts te spreken. Sommige patiënten hebben resultaten uit bloedonderzoek of klachten die erop wijzen dat hun hepatitis erger is geworden nadat zij gestopt zijn met lamivudine of tenofovirdisoproxil (twee van de drie werkzame stoffen in dit medicijn). Als u met dit medicijn gestopt bent, kan uw arts u aanraden om opnieuw met uw hepatitis B-behandeling te beginnen. Het kan zijn dat u na het stoppen van de behandeling bloedonderzoeken nodig heeft om 4 maanden lang de werking van uw lever te controleren. Bij sommige patiënten met een gevorderde leveraandoening of ziekte van de lever wordt het stoppen van de behandeling afgeraden, omdat dit tot verergering van uw hepatitis kan leiden. Dit kan levensgevaarlijk zijn.

Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit medicijn? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

CNK 3903317
Organisaties MSD Belgium
Breedte 65 mm
Lengte 114 mm
Diepte 63 mm
Actieve ingrediënten doravirine, lamivudine, tenofovir disoproxil (onder de vorm van fumaraat)
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)